ART   PHOTOGRAPHY

ART   PHOTOGRAPHY
Dries Roelens
Klapdorp 2
2000
Antwerpen
Belgium
00 32 495 515 777
mo - fri
find us on facebook

 

 

 
PAST

         
2008

september 2008

Xu Peiwu  - "Lost garden of Eden"

Xu Peiwu kent deze stad aan de Pearl River beter dan wie ook. Hij is bezig met fotografie sinds 1993 , en heeft een sterke reputatie opgebouwd in China, en sinds kort ook in het buitenland. Hij heeft van  dichtbij meegemaakt hoe zijn stad in ijltempo veranderd is van een metropool met landelijke buitenwijken naar een stad die één van de sterkst groeiende metropolen van China geworden is.  

Op de zwart wit beelden zien we stap voor stap de transformatie : het centrale beeld met de jonge meisjes is een bedrieglijk beeld. De kinderen spelen op de ruines van hun huis, met op de achtergrond de wolkenkrabbers. Er straalt een levenslust en kracht uit die we ons moeilijk kunnen voorstellen. Een overleven , een signaal van het Oosten.

Het begrip oudheid is relatief voor Chinezen , met hun fascinerende culturele achtergrond. Voor de vooruitgang zetten ze veel opzij. We zien stap voor stap de Westerse wereld binnensluipen. De bedrieglijke eenvoud van de foto met “shampoo woman” , waar de familieleden de maagdelijkheid van hun kinderen te koop stellen voor 3000 RMB. De schoonheidswedstrijden in de hotels , waar de nieuwe rijken kunnen tonen wat ze kunnen besteden, en waar de jonge Chinese vrouwen zich aan zullen spiegelen.

Aan de andere kant de oude man in de geplaveide straat, in een wijk die nu niet meer bestaat. De playmobil-achtige circussen met oefenende olifanten , die midden in de stad komen en gaan. De zigeunerartiesten die oefenen met op de achtergrond de nieuwe woonwijken .  De beelden met de Mao en Stalin foto’s , die nu vervangen worden  door foto’s met David Beckham. Het is moeilijk te bevatten. Maar de Cantonezen zijn wel wat gewoon. Naast Shanghai was Canton steeds een poort tot het Oosten , en ze zijn snel in het absorberen van nieuwe invloeden.

De kleurenfoto’s daarentegen tonen duidelijker het innerlijke van de stad, het subtropische klimaat, de wolkenkrabbers die een vreemde gloed afgeven, de fietsters die door de plassen van de tropische regenbuien rijden , de nachtelijke kolos Guangzhou.

Men mag echt niet onderschatten wat voor lef men moet hebben om deze subtiele randbemerkingen naar voor te brengen in een land als China. Menig Westerse fotograaf heeft een flauw aftreksel van gelijkaardige  beelden naar voor gebracht, wetende dat hij een maand later terug in zijn knusse flat in Parijs of London is.

De kleurenfoto’ zijn al digitaal met zijn Nikon , de zwart wit foto’s met zijn Hasselblad en ALPA , zelf ontwikkeld en gekeurd, in oplages van 10 .

Enkele van zijn tijdgenoten komen later  aan bod , en zullen terug het duale van de Chinese fotografie tonen. Het artisanale, de schoonheid die naar de kalligrafische werken neigt, en de jonge fotografen die het nachtleven van Shanghai en Shenzhen tonen.

Naast deze fotograaf  breng ik een aantal  “Westerse” fotografen. Na Xu Peiwu breng ik Ben Murphy met zijn stilistisch bevreemde werken van Engelsen die hun land verlaten hebben op zich in aftandse caravans   te vestigen in de zinderende hitte van Andalusie : de serie Riverbed.  Aan de andere kant maakt hij prachtige portretten voor de Sunday Telegraph en heeft net een mooie reeks gemaakt van foto’s over de kamers en zalen van het United Nations Building te New York , allen in de jaren vijftig stijl. Alle beelden zijn zonder mensen , mooi gemaakt met zijn technische camera.

Ik hoop dat de galerij een deeltje van de puzzel kan worden waar we onszelf kunnen zien, door Oosterse of Westerse ogen . Dat jonge artiesten hun werk kunnen tonen en oudere fotografen een eerbetoon krijgen dat ze verdienen.

Maar bovenal dat het medium fotografie ons dichter tot onze eigen wereld brengt , dat elke reeks een kortverhaal is van Raymond Carver of Tsjechov.

Ik hoop dat U allen proeft en smaakt van het mooie medium fotografie.



november 2008

Ben Murphy - "Riverbed"

Ben Murphy’s Riverbed is a photographic record of the improvised living spaces of a diverse group of British settlers in a dried-up riverbed in Andalucia. Many of these are in Spain as a direct consequence of Margaret Thatcher’s hounding of what she dubbed ‘New Age Travellers’, though few would accept that label. Their caravans, vans, buses are surrounded by a revealing clutter of functional, decorative, and abandoned objects. The vehicles are gradually integrating into the natural environment, camouflaged with surrounding bamboo plants, orange trees and grass.
The inhabitants’ absence is unsettling. The images invite speculation about who could possibly live like this and why. If the fundamental philosophical question is ‘How should we live?’ what sort of person would choose this answer? As in Murphy’s earlier series of the United Nations Building in New York (published as a Thames and Hudson book in 2005), which was similarly devoid of people, the effect is disquieting. In the U.N series this foregrounds the architectural space and its embodied meanings - as Murphy wrote
‘I chose to photograph the interiors empty, because by concentrating on what is left behind in people’s absence one gains a better impression of what these spaces represent.’

     



january 2009

Alfonso Brezmes

Just five solo exhibitions since 1994 : what could seem like an indication of laziness is actually nothing of the sort. The technical compication of the digital prints created by Alfonso Brezmes (1966) involves time and a lot of effort. Pequenas pasiones (small passions) , his latest series , consists of several images, which are always inhabited : tiny human figures invade urban or natural landscapes composing impossible situations , influenced by magical realism.


The creation of these shots involves maximum difficulty : Brezmes photographs the people who will appear in the scenes. He then cuts them outand physically transfers them to the landscapes he will use as background. After placing the figures, he photographs the landscape with the model and, after a bit of digital editing, he prints the images.

Perhaps that patient adventures iswhat give the images the dreamy surrealist air, which impregnates each of the pieces, or perhaps that is mere suggestion. The truth is he seems to tel lus a different fable, a narration , each time. Here we encounter a literary Brezmes – he is also a writer, a storyteller, who takes us to a universe where a girl plays a gide and seek .



The surealistic pictures of Madrid based Photographer Alfonso Brezmes show us

small tales of city life, and the exceptional power of the integration of poetry and

literature in Photography.


march 2009

Jimmy Kets - "Las Vegas Blues"

Jimmy Kets is de fotograaf van de paradox.
Er is veel ‘enerzijds’ en veel ‘anderzijds’ als we over zijn foto’s praten.

Enerzijds toont hij een wereld waarin mensen verloren lopen. Een wereld die niet echt mooi is en die ons niet echt geruststelt.
Anderzijds is het geen boosaardige wereld, Jimmy is niet meteen geïnteresseerd in verre oorlogen of nabije miserie.

Jimmy toont de mens die op zoek is. Dat klinkt existentieel en dat is het ook: Jimmy brengt la condition humaine in beeld.
Maar tegelijk hebben zijn foto’s een lichtheid – in meer dan één betekenis – : ze zijn licht en er zit ook veel licht in.
Tegelijk bevindt die zoekende mens zich op een plek waar het geluk te grabbel ligt, althans dat is toch de bedoeling. Jimmy heeft een uitgesproken voorkeur om het fenomeen mens te gaan observeren in vakantieparadijzen en pretparken, op party’s en eroticabeurzen.
Werelden van voorgekauwd geluk, waar de mens betaalt om zich te pletter te amuseren.

Maar uitgerekend in die bordkartonnen wereld van luchtkastelen, van glitter en glamour loopt de mens hulpeloos rond. Eenzaam en anoniem.
Heel soms troosten mensen elkaar.
Maar meestal zijn ze verzonken in zichzelf. Staren ze dromerig of melancholisch voor zich uit..Dromen ze van een betere wereld, van een ridder op een wit paard, van de grote allesverterende liefde.

We zouden de foto’s van Jimmy filosofische parabels kunnen noemen, en eigenlijk zijn ze dat ook wel en toch weer niet. Want Jimmy Kets, de ernstige en tegelijk jongensachtige Jimmy, houdt ook van de relativerende knipoog. Af en toe lijkt het of hij de kijker terzijde aankijkt, een por in de ribben verkoopt en zegt: “Ook gezien?”

Verstandhoudingen tussen toeschouwers, maar ook verstandhouding tussen de fotograaf en zijn onderwerp. Want Jimmy *houdt* van mensen. Hoe afstandelijk hij soms fotografeert, hoe hard hij soms een foto *flitst*. Jimmy is oprecht verwonderd over de loop van de wereld en de gang van de mens daarin. Hij is soms vol ongeloof, maar nooit is hij boosaardig. Zijn foto’s gaan nooit ten koste van zijn onderwerp.

Jimmy Kets heeft een zwak voor vrouwen. Zijn reeks over eroticabeurzen heeft enige renommee en roept soms zelfs weerstand op. Heeft al tot censuur geleid en beschuldigingen van voyeurisme. Hoewel hij alleen maar fotografeert wat iedere andere bezoeker ook kan zien - als die ten minste even goed kijkt.
Stukken van vrouwen, want vaak kadreert Jimmy  op gewaagde wijze. Vrouwen als puzzelstukken, vrouwen ook als object. Maar toch niet respectloos in beeld gebracht.
Eroticabeurzen gaan over vlees, vrouwenlijven, en lichaamsvochten. Over seks en mechaniek, niet over erotiek.
Love is niet for sale. Zoveel is duidelijk.

Paradoxen en tegenstellingen. De plaats bij uitstek waar alle tegenstellingen op de spits worden gedreven is Las Vegas.
De plek waar schijn en wezen een drive-in huwelijk zijn aangegaan.
Kets heeft iets met Amerika. Hij vindt er wat hij zoekt in heviger vorm dan eender waar ter wereld.
Las Vegas is de echte focus, het brandpunt waar alle licht samenkomt. Een filmdecor, een Disneyland voor volwassenen, de plek waar de grens tussen schatrijk en straatarm flinterdun is.
Las Vegas is een oase van luxe en decadentie, een grensstad ingeklemd door het niets van de zinderende woestijn, waar de geest van de Frontier nog altijd waait: stad van het kapitaal en de wet van het geld, op de grens tussen losbandigheid en strikte moraal. Stad van verleiding, van halfnaakte vrouwen op gigantische posters, stad van de vrouw als koopwaar en wegwerpproduct, en tegelijk stad van beangstigende censuur en preutsheid.

En er is het licht, het genadeloze, verzengende, gouden – klatergouden? – licht van Vegas.

Jimmy Kets toont ons de glitter en de glamour van Vegas maar ook de achterkant, de zijkant en de onderkant. Een casino is een bunker aan de rand van het Niets, een man eet in een diner helemaal alleen terwijl de kleuren carrousel buiten doldraait, een man zit alleen aan tafel met een pluchen knuffeldier tegenover hem, een vrouw zit aan een batterij gokautomaten met haar beademingstoestel binnen handbereik. Ook helemaal alleen.
Wat is liefde? Wat is eenzaamheid?
.
Maar er is ook veel poëzie, de schoonheid van het banale.
Hoe zingt Frank Sinatra het ook al weer? “Looking at the world through rose-colored glasses, everything is rosy now...”

Over roze gesproken.
Martin Parr is een van de fotografische helden van Jimmy, en Richard Billingham. De banaliteit en de snoepkleuren bij de ene, de eerlijkheid zonder scrupules en gêne, intimiteit als een vuistslag in je gezicht bij de andere.
Maar in zijn Vegas reeks duikt nog een andere grootheid op: de Amerikaanse fotograaf William Eggleston. De fotograaf van het “alledaagse” noemt Kets hem. De fotograaf van de milde melancholie, die losse objecten een mooi patina verleent en verlaten tankstations laat baden in een bevreemdende, licht surrealistische romantiek. “Hij kan banale voorwerpen tot kunst verheffen,” zegt Jimmy.

Als ik kijk naar dat zwembad van Jimmy, dat verlichte en verlaten zwembad ergens ‘s nachts in Las Vegas, dan denk ik hetzelfde. Hier wordt banaliteit, kitscherige banaliteit, verheven tot kunst. Misschien hoort Jimy dat niet eens graag.
Kijk vooral hoe de roze neonsterretjes weerspiegelen in het water. En het gekke is: hun weerspiegeling is scherp, de echte sterretjes zijn troebel.
En dat is heel toepasselijk.
Jimmy kets is de fotograaf van schijn en wezen. En in Las vegas is de schijn nu eenmaal sterker dan de wezenlijke werkelijkheid.
Het is voor Jimmy Kets de gedroomde plek om zijn onthullende foto’s te maken.



may 2009

Elke Boon - " Stitches and images"

Er is altijd iets desolaats en verontrustends in het werk van Elke Boon (1965), als onderaards gerommel of een oude wonde die nooit helemaal is genezen. Dat laatste mogen we ook letterlijk begrijpen: in haar installatie Rags & Bandages (2008) toont zij bebloede kompressen en windsels in vitrines, naast verse exemplaren. Op de bijhorende foto’s dragen vrouwen, mannen en kinderen de verbanden. Het is geen echt bloed dat we zien, maar vuurrood borduurwerk van parels en draadjes. In Rags & Bandages komen enkele krachtlijnen uit Boons oeuvre samen, zowel thematisch als formeel – de bloedsporen zouden een echo kunnen zijn van oude littekens (Wounded Uniform, 2004; Compress de coeur, 2007) en tekeningenreeksen als Bloedbloemen (2004). Elke Boon beperkt zich niet tot fotoafdrukken; zij tekent en maakt video’s, bouwt installaties en andere artistieke ingrepen.  

Vaak fotografeert Boon een of twee mensen – een kind, een jonge vrouw, tweelingen, moeders en zonen – van dichtbij tegen een achtergrond die banaal en onschuldig oogt, maar door de frontale opstelling van de modellen en hun kwetsbare maar zelfzekere blik een unheimische lading krijgt. Slechts zelden bewegen deze mensen zich in een diepe of brede ruimte: het vlakke achterdoek van behangselpapier in een sleetse kamer, vasttapijt, gras of struikgewas geeft de beelden hun iconische kracht. Meestal krijgen de werken de naam van het model (Marij, Niels, Fleur & Lotte, Sherien & Rana). Zij staan daar in hun ondergoed,  bijna bloot in de tocht van onze blik die hen te lijf gaat. Elk van deze mensen draagt een blessure mee, schaamteloos of ontkiemend. In haar boek Monologen (Ludion, 2002) laat Boon vroege portretten een dialoog aangaan met beelden van uit de nacht opdoemende treinen, containers en duistere, verlaten terreinen. Voor een argeloze toeschouwer lijkt het alsof het onbestemde onbehagen – of is het de onbehaaglijke onbestemdheid ? – zo nog wordt versterkt.

Virginie (1997) kijkt terug, of toch zo goed als. In het ongenadige licht waarin Boon het meisje heeft gevangen – als een mug op het bloemetjesbehang – laat zij ons haar lichaam zien, tussen de lange haren, de panty en de geschramde handen die zij beschermend voor haar buik houdt. Is zij hoer of madonna, buurmeisje, geliefde of alles tegelijk ? “Het geheim ligt in het vage besef dat achter datgene wat vertrouwd lijkt, iets anders gaapt”, merkt Frederik De Preester op. Virginie blijft ons dus vreemd, hoe vaak de camera het meisje ook mag registreren.  
We kunnen deze foto’s beschouwen als een onderzoek naar de werkelijkheid. Ze roepen – gewild of niet, geweten of onbewust – existentiële vragen op: wat kunnen we kennen, hoe ver kan vertrouwen gaan, mogen we onze ogen geloven, begint macht waar vrijheid eindigt ?  “Het is een fotografie en videokunst die schreeuwt om stilstand. Boons werk dwingt de toeschouwer niet alleen tot introspectie, maar ook tot ontlading en relativering”, schrijft Annelies van Wetteren.




september 2009

Richard Pak (F) Pursuit

Richard Pak has been nominated for the Renaissance Price 2011

Echoing the United States Declaration of Independence stating every American’s rights to ”life, liberty and the pursuit of happiness”, Pursuit is the synthesis between a mental construction and the reality of a contemporary USA.

Richard Pak is a keen admirer of American literature and cinema and artists such as Raymond Carver, John Fante, Truman Capote or Bob Rafelson helped him create his own ideated America. For some, American culture is decadent and imperialistic, for others it is the symbol  of democratic values and freedom. But Pursuit turns to the field of fiction and only aims to build a chronicle of a fantasized country.

Over a 6-year period, from 2003 to 2009, Richard Pak focused on the everyday life of “ordinary” people to picture the American experience as a metaphor for a bigger experience. Trying to stay away from the spectacular and the anecdotic, he means to suggest rather than describe, translating life’s small dramas into something timeless and universal.

The first part of this work was spent travelling without a clear itinerary, relying on chance encounters with the people he would photograph. The later stage was more prepared and constructed since Richard Pak chose to live with his subjects, spending days in their homes and sharing their everyday life to go beyond the surface.

Rather than focusing on the socio-economic antagonisms between the protagonists, he preferred to concentrate on what unites them. Little matters if the price to pay is an addiction to the media, drugs, religion, sex…in the end Hope is the only thing left, as a mirage floating over a desert. Pursuit is the illustration of the author’s empathy for the pursuers of this chimerical quest, happiness.

“Pursuit is a work about time and expectation”, says Richard Pak. We can see the link with Raymond Carver’s writings in which men measure themselves to what surpasses them. The inability to love. The force to survive. The inescapability of death.






december 2009

LINEART 4 - 8 december

Stieglitz19 was awarded with the B New Gallery selection , Jimmy Kets was Laureate for the Young Ones.
Works of Alfonso Brezmes, Elke Boon, Ben Murphy, Ben Gest, 223, Xu Peiwu, Richard Pak were on display






january 2010

YANG - Lolita in Shenzhen
Yang Junpo is considered as the master of black and white photography in the new megapolis Shenzhen .
His series Lolita in Shenzhen depict his interpretation of the ideal woman in the streets of Shenzhen. Like the Winogrand series Woman , he was in search of the unspoiled moments of Chinese Woman, their ideal world, the uncommon unreal. Woman on the streets in street beauty parlours, rushing to go to their job or posing in wedding dresses at the corner of a busy street at rush hour. The beauty of the moment, the pure Photography.
This Photographer who is completely unaware of our Photographic past shows us his utopia , in the tradition of the photographers of the fifties.



March 2010

AURORE VALADE "Interiors with Figures"

Op het eerste zicht lijken de beelden van Aurore Valade overbeladen en kitcherig, door de explosie van kleuren en de enorme diversiteit van de personages. Het thema “interieur met personages” is en thema dat algemeen gekend is in de schilderkunst van de 17de of 19de eeuw . De rariteitskabinetten van Aurore Valade lijken ons aan te kijken en ons tot nieuwe inzichten te willen brengen. Zelfs al lijken de beelden ons op het eerste gezicht als totaal fout of vervormd, toch lijken ze ons bij nader inzien heel natuurlijk en uit het leven gegrepen.

In his pictures as Wunsch wants to fill out. Shot on slide film, each photograph is scanned and subject to extensive alterations in Photoshop. Thomas Wunsch uses the tools that digital processing offers today like painters use paint, a brush and easel. To him, a slide is only the source material. His photographs show many different subjects and by making those subjects abstract–sometimes beyond recognition–he gives them a very special aesthetic value. It is in these pictures that we encounter a Kafka-esque symbolism. And a very different kind of  nemotion.

Revue de détails
Aurore Valade photographie ses proches, des personnes abordées ou rencontrées sur petites
annonces.
Tous se livrent à l’appareil photographique pour jouer leur propre rôle dans leur intérieur devenu studio de prises de vues. Ils se rejouent eux-mê- mes, jusqu’à l’exagération, jusqu’à donner à la réa- lité l’allure d’un mensonge.
Le travail engagé, conçu comme une véritable performance réclame du temps : celui de la ren-
contre, celui de la mise en scène, celui nécessaire à l’acte photographique qui sera prolongé par un exercice de retouche informatique. Le résultat qui pourrait s’apparenter à un pho-
tomontage, présente une réalité sans profondeur, donnant la sensation que les choses sont plaquées les unes aux autres comme dans la pratique du
collage.
C’est le Musée Grévin. Le réel disparaît derrière les artifices, le superflu prend le pouvoir.
C’est le triomphe du baroque, la victoire de l’or- nement, consacrant le vaudeville du quotidien en répertoire classique. Saturées de références jusqu’au kitsch, les pho- tographies d’Aurore Valade s’offrent comme des cabinets de curiosités révélant des intimités orga- nisées.
D’un réel improbable, Aurore fait de l’authenti- quement faux avec des artifices et des procédés
falsificateurs qui rapprochent son travail autant qu’ils l’éloignent d’un geste documentaire.
Reconstitutions à la fois crédibles et peu vraisem- blables, ces images en affirmant leurs références à la peinture, s’affranchissent de toute objectivité. Le foisonnement de détails proposés se révèle bavard, mais est-ce le décor qui correspond au personnage ou l’inverse ?




30th of april - 30th of May
Thomas Wunsch - ECM COVERS

De Duitse fotograaf Thomas Wunsch (Wiesbaden) is zowat de bekendste fotograaf die zijn beelden leent voor de baanbrekende covers van het ECM label van Manfred Eichert. De beelden zijn details van alledaagse voorwerpen , wazige straatbeelden , meestal volledig abstract . In zekere zin tracht Wunsch  het begrijp tijd te vatten in zijn foto’szonder enig aanknopingspunt met de door ons gekende realiteit.   De zwart wit beelden zijn als schetsen uit een strip, die we naast elkaar leggen in willekeurige volgorde, om een verhaal te reconstrueren, een verhaal van een
gebeurtenis die voorbij is, maar die we trachten te herinneren. Thomas Wunsch werkt met analoge beelden, die hij vervolgens inscant en daarna digitaal bewerkt . Tot nu toe zijn zijn beelden al gebruikt voor 18 ECM covers.










September 2010
John Humble
LA Landscape

Los Angeles zoals het is

Van 1979 tot in de jaren 2000 doorkruiste fotograaf John Humble Los Angeles in een minibusje. Hij woonde toen sinds vijf jaar in de stad. Op het dak van zijn van was een platform gemonteerd waarop hij zijn camera en statief kon plaatsen. Humble versleet een aantal vans en een aantal camera's voor het maken van een pak beklijvende beelden die nu voor het eerst in België tentoongesteld worden.

'Ik denk niet dat ik veel te zeggen heb over de foto's', schrijft Humble in het nawoord van zijn fotoboek A Place in the Sun, waarin een aantal van de L.A.-beelden zijn verzameld die hij maakte met een beurs van de National Endownment for the Arts. 'Ze spreken voor zichzelf. Mijn beelden zijn gemaakt met een grootbeeldcamera voor maximaal detail en minimale vervorming. De kijkervaring als je een van de foto's bekijkt zou het zelfde moeten zijn als wanneer je door een raam kijkt.'
Dat klopt, maar het is uiteraard wel de fotograaf die bepaalt waar het raam zich bevindt en hoe we moeten kijken. Humble volgt geen toeristische route langs de iconen van de City of Angels en maakt geen fotofilm vuil aan de verwachte filmstudio's, stranden, musea of kerken. Hij blijft ver van de wolkenkrabbers van het centrum en houdt liever halt bij kleine anomalieën in de suburban sprawl, het steeds verder uitdijende grootstedelijke landschap, zoals kleine huizen en handelszaken die geprangd staan tussen reclameborden, wegen en hoogspanningskabels. Veel mensen zijn er op Humbles L.A.-beelden niet te zien. Veel natuur evenmin. De visueel vaak afwezige mens heeft de natuur getemd en bedolven onder een laag asfalt en beton.
De L.A.-foto's van John Humble worden gekenmerkt door hun documentair en afstandelijk karakter. De fotograaf registreert, objectief en zakelijk. Humble wil niets aanklagen of aan de kaak stellen. Hij wil de zaken ook niet mooier voorstellen dan ze zijn, maar hij blijft wel een estheet die van de diversiteit van zijn stad houdt en op zoek gaat naar het perfecte gouden licht, de mooiste luchten en geweldige kleuren. Licht dat hij doorgaans vindt in de late namiddag, en kleuren die hij precies krijgt zoals hij ze wil dank zij het gebruik van de Kodak 160 NC-film en het afdrukken via het arbeidsintensieve Cibachrome-proces.

L.A. River
Hoe het stedelijk landschap de natuur kanaliseert, speelt een nog centrale rol in de reeks L.A. River, waarvoor John Humble vanaf 2001 systematisch de 82 km lange rivier in beeld bracht die over vrijwel zijn hele lengte gekanaliseerd is. Buiten een paar idyllische beelden van aan de bron en de monding van de stroom is de tachtig kilometer lange en bij momenten 155 meter brede betonnen strook de naam rivier nauwelijks waardig. Alhoewel. Vaak staat de Los Angeles River vrijwel droog, maar bij hevige regenval kan het water plots opkomen en door het kanaal kolken aan meer dan 60 km/u. Om maar te zeggen dat Vietnam-veteraan Humble van geen kleintje vervaard is om het perfecte beeld te vinden, vaak vanuit een standpunt ergens middenin de rivier.
Humble brengt de rivier in verschillende seizoenen, vanuit verschillende standpunten en op verschillende tijdstippen van de dag in beeld, net zoals de impressionistische schilder Claude Monet dat van 1890 tot 1894 deed met de kathedraal van Rouen. Het effect van zon, wolken, water en de seizoenen op een door de mens gemaakt artefact staat daarbij centraal. De rivier van beton stroomt door een ontmenselijkt postindustrieel landschap waar de wolken worden gespleten door  hoogspanningskabels. De stralende wolkenluchten en futuristische zonsondergangen benadrukken de nietigheid van de mens. Zou het toeval zijn dat Humble 'bescheidenheid' betekent? Maar de man maakt grootse foto's, waar je uren naar kunt blijven kijken.



December 2010

Stieglitz19 was among the B New Gallery Selection for the second time. Works of Aurore Valade, Liu Xiaofang, Dawei and Elke Boon were on display


January 2011

Francois Goffin

Les Choses Simples - Bevel

“Bevel”, sa passionnante nouvelle série en cours, explore de nouveaux pans de vocabulaire: en “une multitude de vues allant du banal au magnifique (ou parfois en sens inverse)” selon la nouvelle note d’intention de l’intéressé, cet ensemble photographique se met en quête de “non-lieux poétiques, de choses dénuées d’intérêt immédiat et néanmoins emplies desymboliques à déchiffrer”. L’image fixe, avec ses couleurs et ses contrastes, fuit davantage encore l’intention mais saisit la forme en un état où le réel semble se suffire à lui-même. Loin des pensums d’une photographie pure ou abstraite, le raffinement des sensations n’en sort pourtant que grandi – ainsi que l’empreinte déterminante des approches de Friedlander, de Sternfeld, de Gossage. Aucun formalisme là-dedans non plus, mais au contraire le questionnement passionnant d’un photographe qui, lucide et enfoncé dans l’inextricabilité du visible, n’en finit pas de se demander ce que voir veut dire.

Encore un peu décousue et pluridirectionnelle, équivoque jusque dans son intitulé babélien, tâtonnante bien que – ou parce que – extrêment subtile, la série “Bevel” témoigne, à n’en pas douter, d’un déterminant et nouveau pas en avant (ou de côté, c’est pareil!) dans la trajectoire du photographe.


march 2011

Francoise Huguier , Kommounalka




Texte de présentation de l’exposition « Kommunalka 3 »de Françoise HUGUIER

« Des coups de pied dans la porte de ma chambre. Je me réveille brutalement. Il est quatre heures du matin. Deux types, bouteilles de vodka à la main, insistent pour que nous fassions connaissance. Leur chambre est au bout du couloir. En chemin nous croisons une vieille dame, celle qui n’arrive jamais à dormir. D’un signe de la main, elle semble nous dire : Ne vous inquiétez pas, je surveille jour et nuit. Après deux
ou trois heures de discussions plus ou moins décousues, je quitte la chambre de mes voisins et je vais préparer mon petit-déjeuner dans la cuisine communautaire. Je commence à faire cuire mon omelette sur une des gazinières ; soudain je réalise que je n’ai pas utilisé la bonne gazinière, celle affectée à la titulaire de la chambre que j’occupe. Ici, chacun se doit d’utiliser ses propres affaires, torchons, serviettes, couverts, casseroles, et même sa propre lunette de WC. Dans les Kommounalki , à part l’appartement, rien n’est en commun, rien n’est partagé. Et gare à celle qui, comme moi, utilise la gazinière d’un voisin. Sous le regard excédé d’une des habitantes, soixante-cinq ans, tablier à fleurs roses et mules défraîchies, je m’empresse de déposer ma poêle sur la bonne gazinière. Un peu radoucie, la dame au tablier me raconte qu’ici tout le monde l’appelle Françoise Sagan. J’ai lu tous ses livres, c’est mon idole, dit-elle avec une pointe de fierté. Et puis , coupant court à toute effusion, elle me rappelle qu’aujourd’hui étant mon jour de corvée, je dois, en plus de ma vaisselle, laver le sol de la cuisine... »
Extrait de Kommounalki paru chez Actes Sud
Les toutes premières journées de Françoise Huguier, au cœur de cet appartement communautaire de Saint-Pétersbourg ont été particulièrement déroutantes. C’est au cours d’un premier voyage en Sibérie, en 1991 , alors qu’elle faisait étape dans cette ville, qu’elle avait été frappée par ce mode si particulier de cohabitation. L’envie de découvrir et d’explorer cette forme urbaine de proximité et de coexistences c’est ultérieurement imposée à Françoise. Elle savait qu’il lui faudrait plusieurs séjours et un sésame pour parvenir à éprouver ces huis-clos singuliers. Pour échapper à la posture du reportage, Françoise Huguier à décidé de louer une chambre dans un de ces appartements et d’y séjourner régulièrement.

may 2011

Jimmy Kets - Shot in Flanders

Jimmy Kets , Shot in Flanders , Stieglitz19 2011


I have been fascinated by American culture for a very long time, but for some time I wanted to make something in Flanders. So I started to drive around without any particular goal , making pictures and finding the most interesting angle. After some time, I noticed how much American influences are present in Flanders. It was somehow sad but also  very human . All these American symbols , had something surreal about them. It made me thing of Disneyland : all seems perfect, but still you find out that all turns out to be fake. The moment when then dreamworld  becomes reality is what interest me most.

Where did you find all these Americana ?

My view is : we are living our lives without any purpose , how we deal with that issue is what my work is about. To survive, you have no choice, you have to adapt yourself to the system. So we do sometimes crazy things, just for a moment, to escape from our reality. And the way people construct this alternative reality interests me very much.

Which techniques do you use to look at this alternative reality ? 

I do not construct my images , I do not position any objects or move them. You see the reality as it is. I do use a lot of flash  which is for me a tool to delete the glamour of some images. When I construct my images, I also tend to avoid faces, I find them to distract us too much of the essence of the images.


september 2011

Chinese Spring #1

In het moderne China van de jaren tachtig is er een complete generatie jongeren opgegroeid met een volledig nieuwe ideologie of waardensysteem : de massa-consumptie.  Samen met de massaconsumptie is de opkomst van het beeld alomtegenwoordig : via de beelden van de Westerse media en reclame, en via de vertaling van deze beelden via de Chinese reclamebeelden.  Deze beelden toonden een nieuwe, ideale wereld, totaal verschillend van de wereld van hun ouders, die nog uit het rurale China kwamen.  Het is in de jaren tachtig dat deze evolutie gestart is , en het is dan ook niet toevallig dat net in die periode  de eerste pioniers van deze nieuwe beeldcultuur opkwamen.

Via magazines in Guangzou en Beijing werden ook voor de eerste maal de beelden  getoond van deze nieuwe avant garde . In dezelfde magazines werden voor de eerste maal beelden getoond van Araki, Tillmans, Sally Mann, Nan Goldin en Terry Richardson.
Kort daarna werden de eerste fotografiefestivals opgestart zoals het Lianzhou Photography Festival en kwam de jonge generatie naar voren in groepsexpo’s in Guangzhou, Shanghai en Beijing. Deze eerste expo’s werden georganiseerd in verlaten appartementsgebouwen of fabrieken.

De promotie van deze artiesten was vooreerst via het internet . Lin Zhi Peng (223) is daarvan de belangrijkste vertegenwoordiger. Met zijn eerste publicatie My Private Broadway in Guangzhou en zijn blog is 223 zowat het voorbeeld geworden voor een complete nieuwe generatie jonge fotografen.  Deze jonge mensen connecteerden met elkaar en wisselden beelden uit van hun uitbeelding van deze totaal nieuwe wereld waar ze in terecht gekomen waren. Voor 223 is zijn camera een soort van extensie van zijn eigen lichaam , en de beelden die hij toont zijn een uitbeelding van het uitgaansleven en beleving van deze nieuwe jonge generatie adolescenten.  Op zijn brute , onconventionele manier tracht hij in de huid te kruipen van deze jonge mensen . De beelden zijn heel spontaan genomen, zonder enige voorbereiding , en trachten een soort van existentiele schoonheid uit te beelden. Er wordt gespeeld met nieuwe kleding, tattoos, een nieuwe sexualiteit, felle en krachtige kleuren. Zijn eerste publicatie “me, party” was gebaseerd op de term die in de Verenigde Staten werd uitgevonden voor de generatie van jongenren van 1980 , de me generation.  De party in dit geval slaat dan op zijn intieme fotografie van hoe de jeugd van zijn generatie uitgaan en met elkaar omgaan.

Chen Man is een geval apart in de Chinese fotografie, en het grootste rolmodel voor een hele generatie artiesten. Chen heeft haar opleiding gevolgd aan de prestigieuze Central Academy of Fine Arts , eerst tekenen, maar ze schakelde al heel snel over op fotografie.
Toe ze afstudeerde in 2005 was de magazine scene al heel actief en net als in Shanghai of Guangzhou de voorbode of de eerste opstap voor jonge artiesten. Er waren quasi nog geen galerijen voor fotografie , en vele jonge artiesten konden hun werk enkel tonen via hun blog of via publicaties in de eerste avant – garde magazines. Ze werd al snel ontdekt en haar typische stijl : de transformatie van een ordinair model in een soort Fantasy figuur had een onwaarschijnlijk succes bij deze totaal nieuwe generatie artiesten. Ze zoekt eerst een geschikt model, en na de eerste beelden begint het echte werk: de post productie, het aanpassen
van het beeld naar een nieuwe realiteit, een fantasiewereld .
Haar werk is over de jaren sterk geevolueerd, maar de interactie tussen de werkelijke wereld en de fantasiewereld blijft haar fascineren, een thema dat in het verleden al heel sterk aanwezig is in de Chinese cultuur.

Dawei toont in zijn reeks Cotton een unieke samenwerking met Chen Man. De beelden van Dawei stralen een enorm rust uit . De reeks toont beelden uit Parijs, Bejing, Shenzhen, Qinghai, Tokyo, Iceland , beelden van een woestijn, een gletsjer , afval, daken in metropolen, vulkanische landschappen.  Speciaal voor deze beelden heeft Chenman gevraagd aan haar modellen om niet in de camera te kijken,  het lichaam op zich met de aparte kledij wordt een landschap op zich , en via bepaalde zaken zoals het haar van de modellen zien we een nieuw beeld ontstaan : een prachtig dubbelportret.




Chen Zhou is een videoartiest en installatiekunstenaar die hier een van zijn eerste video’s toont : de video poem. Ook een student van de Central Academy of fine Arts .

Chinese Spring #1 is het eerste deel die de Chinese avant garde zal tonen in de galerij , samen met aanverwante kunstvormen zoals videokunst en tekenkunst. Beide vormen liggen bij de jonge Chinese kunstenaars heel nauw bij elkaar en tonen een totaalbeeld van dit continent in beweging.

november 2011

Depth of Field in Antwerp / Beijing

The exhibition “Depth of Field” is an overview of the most talented young Photographers from Belgian at the moment, a show previously shown at the
Guangdong Museum of Arts in Guangzhou, and now on show in Antwerp at the
Stieglitz19 gallery in november and at the 3 Shadows Photography Art Center in decmeber. The exhibition in Guangzhou was the first major exhibition of Contemporary Belgian Photography In China.



 There is the young Artist Jimmy Kets, with his unique snapshots of daily life. He is photographer to the prestigious newspaper De Standaard and winner of 2 Nikon award prices for most promising young Photographer of the year.

Arno Roncada shows his some works from his Imaginary Landscapes , pictures of Peaceful Mountains of Desire: landscapes  he invents himself to create a new reality. It is an artist that does not take Photographs, but invents them, a thrilling experience.

Chalotte lybeer shows works of her LARP series, portraits of persons who dress up in costumes of this Role playing game. Her work is about transformation , the desire or the fear to transform into a new character. She also teaches at the Royal Academy of Arts in Antwerp (NHISK).

Francois Goffin is a most promosing young Photographer, showing his series which made him famous : the ‘les choses simples” series . Pictures of everyday life, without any corrections, extremely poetic and intriguing. He has been nominated for the Prix de la Communaute Francaise, and recentely for the prestigious Steichen Price in Luxembourg.

Lara Gasparotto is the youngest of all artist , and maby the most straightforward of all of them. It is a mixture of spantaneous photogrphy à la Nan Goldin , yet is analogous to the punk and anarchy waves of contemporary Photography. A discovery.

Bert Danckaert  studied photography at the Royal Academy for FineArts and the National Higher Institute for Fine Arts (NHISK) in Antwerp (B).Since the mid nineties, he has been working as a photographer and has showed his work in several solo and group exhibitions in Belgium and abroad He shows work of his simple present series : abstract pictures of common places of daily life we normally ignore.







 



   




  



 
under construction
 

website door webdesign 4U bvba | hosting door webspace 4u | webmail | site admin | site onderhoud | disclamer